Per­soon­lijk heb ik met de far­ma­ceu­ti­sche indu­strie een twee­slach­tige relatie, noem het gerust een haat-lief­de­ver­hou­ding. Ener­zijds dank ik mijn leven aan de vruch­ten van art­se­nij­kun­dig onder­zoek, medi­cijn­pro­duc­tie en –dis­tri­bu­tie, ander­zijds roept de per­verse inha­lig­heid in deze bedrijfs­tak bij mij pure walging op, wat ook weer niet goed is voor de gezond­heid.

In de ruim drie decen­nia dat wij doende zijn een ade­quaat ant­woord te for­mu­le­ren op de aid­span­de­mie – tot dusver een rede­lijk suc­ces­volle ambitie – hebben we vaak oog in oog gestaan met de janus­kop van de far­ma­ceu­ti­sche indu­strie. Bond­ge­noot en tegen­stre­ver, partner en sabo­teur, maî­tresse en sou­te­neur.

De relatie tussen de far­ma­ceu­ti­sche indu­strie en orga­ni­sa­ties zoals Aids­fonds die moeten opkomen voor publieke gezond­heid en welzijn van mensen met hiv, is in essen­tie amoreel: een con­tract op weder­zijds gebruik. Een quid pro quo waarbij de belan­gen­or­ga­ni­sa­tie spon­sor­geld ont­vangt voor pro­jec­ten en pro­duc­ten en waar de far­ma­ceut een humaan mom­bak­kes en bur­ger­lijke gedwee­heid voor terug­krijgt. Wij doen dank­baar alsof het om belan­ge­loze vrij­ge­vig­heid voor het goede doel gaat, de andere partij mag in ruil bij de aan­deel­hou­der goede sier maken met zijn opge­poetste imago van maat­schap­pe­lijke betrok­ken­heid.

Hoe flin­ter­dun de plot van dit schijn­hei­lige toneel­stukje is hebben we kunnen zien toen een Aids­fonds-dele­ga­tie bij Gilead een cou­lante opstel­ling inzake PrEP ging beplei­ten, maar zich tel­ken­male met een kluitje in het riet liet sturen. Hier liet de far­ma­ceut brutaal zien wie in deze relatie de broek aan­heeft. Geen belang­stel­ling. Doei. Ga maar gauw braaf een softe test­cam­pagne ‘ont­wik­ke­len’, we maken het geld morgen over.

Tot zover niks nieuws onder de zon. Maar toen Gilead van de zomer zijn hand over­speelde en ver­len­ging van het ver­lo­pen patent op Truvada™ wilde afdwin­gen, ver­an­derde het een­zij­dig de huwe­lijkse voor­waar­den. Het wij­zigde zijn positie van amoreel naar immo­reel. En dat, jongens en meisjes, is onac­cep­ta­bel.

Dat heeft de direc­teur van Aids­fonds goed gezien. Terecht dat ze een spon­sor­con­tract niet meer van een hand­te­ke­ning voorzag. Met zo’n onbe­trouw­bare partij doe je voor­lo­pig geen zaken. Eerst maar eens een hartig woordje wis­se­len en diep in het stof laten bijten. Quid quo pro. Voor wat hoort wat.

Ik hou normaal gespro­ken niet van leed­ver­maak, maar sinds vorige week loop ik toch met een vette grijns rond. Vanaf vandaag heeft Sandoz gene­rieke PrEP in de apo­theek liggen voor een zesde van de Truvada-prijs en mag Gilead zijn onwel­rie­kende wonden likken: in het PrEP-dis­cours heeft het zich voor­lo­pig (en waar­schijn­lijk voor­goed) bui­ten­spel geplaatst. Net goed. Dikke doei. Pharma is a bitch.

Antony Oomen
29.X/2017
Amster­dam

Last updated 12/02/2018